• Woon-en leefomgeving
  • 8 juli 2026

“Niet meer denken vanuit rioolbuizen, maar vanuit mensen”

Hoe gemeente Maashorst Positieve Gezondheid het uitgangspunt maakte bij een wijkherinrichting

In de wijk Hoevenseveld in gemeente Maashorst gaat de schop in de grond. Ongeveer 400 woningen uit de jaren ‘50 en ‘60, een verouderd riool, verharding die toe is aan vervanging. Een klassieke civiele opgave zou je denken. Maar projectleider Harry Bouquet pakte het anders aan. Samen met collega Mariko van Ojen (communicatie en participatie) en de teams Ruimte en Sociaal Domein doorliep hij een breed traject met iPH: een inspiratiebijeenkomst voor beide teams en vier door iPH ondersteunde werkateliers, waarin samen met bewoners en partners een ruimtelijk ontwerp is uitgewerkt. Met steun van twee actief betrokken wethouders. Het resultaat: een wijkherinrichting die begint bij de bewoner, niet bij de stenen en de rioolbuis.

 

Harry, jij bent civiel projectleider. Hoe kom je erbij om Positieve Gezondheid het uitgangspunt te maken van een herinrichtingsproject?

“Eerlijk gezegd is dat best een omslag. Als civiel projectleider ben je gewend om te denken vanuit stenen, rioolbuizen en verharding. Je hebt een opgave: het riool moet vernieuwd, de verkeersveiligheid moet beter, de wijk moet klimaatbestendig. Je ontwerpt het en werkt het technisch uit om het daarna buiten ook te realiseren. Maar in Hoevenseveld dachten we: als we toch alles openleggen, waarom dan niet meteen kijken wat de wijk écht nodig heeft? Niet alleen technisch, maar ook voor de mensen die er wonen. Positieve Gezondheid gaf ons daar een taal voor.”

Wat verandert er als je vanuit Positieve Gezondheid kijkt naar zo’n herinrichting?

“Heel veel. Je begint niet bij het straatprofiel, maar bij de vraag: hoe draagt deze wijk bij aan de gezondheid van de mensen die hier wonen? Dan kijk je ineens naar zes dimensies – lichamelijk, mentaal, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen, dagelijks functioneren. Je merkt dat dingen waar je als techneut niet zo snel mee bezig bent – een centrale plek om elkaar te ontmoeten, ruimte om te bewegen, een veilig rondje door de wijk – opeens net zo belangrijk worden als de breedte van de rijbaan. En het mooie is: die dingen versterken elkaar.”

Hoe zag dat eruit in de praktijk?

“We zijn breed begonnen. Eerst een inspiratiebijeenkomst voor onze collega’s van Ruimte én Sociaal Domein samen – want als je integraal wilt werken, moet je elkaar eerst leren kennen en dezelfde taal spreken. En vervolgens vier werkateliers, ondersteund door iPH. Met bewoners, beleidsmakers en partners. Aan de hand van een kaart van de wijk gingen we in groepen in gesprek: wat werkt al goed? Wat missen we? Schetsontwerpen, straatprofielen, een wandeling door de wijk, een enquête – alles erop gericht om zoveel mogelijk perspectieven op tafel te krijgen. Uiteindelijk leidde dat tot een gedragen ruimtelijk ontwerp: meer groen, ruimte voor ontmoeting, plek voor bewegen en spelen, en een wijk die toegankelijk is voor iedereen.

Nog een leuk voorbeeld: in de zomer hebben we op het grote grasveld midden in de wijk de buurt uitgenodigd om de eerste schetsen te komen bekijken en hun reactie te geven. Een heel zomerse dag was het, de heetste dag van het jaar. We hadden een ijscokar, er was muziek en de vlaggetjes hingen.”

Wat waren voor jou de belangrijkste succesfactoren?

“Een paar dingen. Allereerst de samenwerking tussen collega’s Ruimte en collega’s Sociaal Domein – die werelden komen normaal weinig samen, maar hier wel. Vervolgens een centrale plek in de wijk kiezen waar je écht impact kunt maken. En de betrokkenheid van twee actieve wethouders heeft enorm geholpen – zij hebben dit van begin tot eind gesteund en zijn actief betrokken. En tot slot: structurele financiering en subsidiemogelijkheden – een integrale aanpak vraagt om integrale middelen.”

En de uitdagingen?

“Loskomen van de oude manier van werken, dat is de grootste. Het is echt een cultuuromslag. Als civiel projectleider heb je een routine, een set aan zekerheden. Die moet je deels loslaten. Inclusiviteit is ook lastig: hoe bereik je écht álle bewoners, ook degenen die niet vanzelf naar een bijeenkomst komen? En het derde: gedragsverandering. Een gezonde leefomgeving creëren is één ding, maar je hoopt natuurlijk dat mensen er ook gebruik van gaan maken – vanuit eigen regie. Daar hebben we partners als woningcorporatie en welzijn hard bij nodig.”

Wat zou je andere gemeenten meegeven die hiermee aan de slag willen?

“Begin gewoon. Wacht niet tot je het helemaal hebt uitgedacht. De training en de werkateliers van iPH gaven ons een methodiek en een gemeenschappelijke taal – daarmee kun je direct het gesprek aangaan met je collega’s, met bewoners, met partners. En wees niet bang om als techneut buiten je vakgebied te treden. Ik heb geleerd dat het juist meerwaarde geeft als je de mens centraal stelt in plaats van de buis. Sterker nog: het maakt het werk ook leuker.”

Bekijk ook het inspirerende filmpje hieronder.

Meer weten over de training?

De training Positieve Gezondheid vertaald naar de woon- en leefomgeving wordt aangeboden als incompany of via open inschrijving. iPH en Adema Architecten verzorgen de training samen.

Lees ook Save the date: 1 december 2026 Congres Positieve Gezondheid in de woon- en leefomgeving