Meer dan 40% van de uitkeringsgerechtigden in Uden zit al 3 jaar of zelfs langer in de bijstand. Er wordt hard gewerkt aan een nieuwe insteek. Positieve Gezondheid speelt daarbij een belangrijke rol.

Programmamanager sociaal domein Juanita van der Hoek is er helder over. Het roer moet om in de zorg voor burgers met een uitkering. Maar hoe doe je dat? Uden liet de Radboud Universiteit onderzoeken welke investering het meeste oplevert. En wat blijkt? Investeren in gezondheid levert zeker zo veel op als investeren in werk. ‘We hebben toen besloten: dan gaan we ons er niet blind op staren om deze mensen weer aan het werk te krijgen. We moeten breder kijken.’

ZORGEN VOOR BREED GEZONDHEIDSOPPERVLAK

Positieve Gezondheid blijkt hiervoor veel interessante handvatten te bieden. ‘We willen uitgaan van de hele mens, in zijn sociale context. Ons doel is om ervoor te zorgen dat in het spinnenweb het gezondheidsoppervlak van mensen zo groot mogelijk wordt. En dat zij krijgen wat daarvoor nodig is, zo breed als het maar kan zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om zingeving, meedoen en dagstructuur.’

MENSEN PASSEN NIET IN ÉÉN KOLOM

Die benadering zet de hele manier waarop het sociaal domein georganiseerd en gefinancierd wordt, op zijn kop, voorspelt Van der Hoek. ‘Anders kun je mensen niet bieden wat zij nodig hebben. Nu is alles georganiseerd alsof de mens een optelsom is van gefragmenteerde problemen. Je ziet dat aan de wetgeving. Je ziet dat aan de geldstromen. We hebben de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning – noem ze maar op. Die hele kolommenstructuur levert meer problemen op dan ze oplost. Want mensen passen niet in alleen één kolom. Sterker nog: het boekhoudkundig probleem belemmert ons om integraal te kijken.’

BASISINKOMEN BELANGRIJK

Een andere oplossing ligt in het toewerken naar een minimuminkomen per huishouden. ‘We zien dat steeds meer organisaties vrijwilligerswerk aanbieden, en tegelijkertijd klagen we erover dat er zo veel mensen aan de kant staan. Die kloof moeten we dichten. Verricht je bezigheden buitenshuis met een maatschappelijke waarde? Dan willen we die werkzaamheden kunnen gaan belonen; soms is dan de uitkering onderdeel van dat inkomen. Werk – in welke vorm ook – biedt de beste mogelijkheden om weer te kunnen participeren in de samenleving. Je doet er sociale contacten mee op. Je dag krijgt structuur. En je wordt gewaardeerd.’

WIJKSCAN MAKEN

Passend bij deze aanpak, maken ze in Uden ook scans van de wijk om te zien hoe gezond die is. Daarvoor hebben ze de principes van Positieve Gezondheid gebruikt. ‘Hoe beter we die omgeving inrichten, hoe zelfredzamer de mens. De belangrijkste sleutel daarbij is de mogelijkheid elkaar te ontmoeten in de wijk. Vanuit die ontmoeting ontstaat welzijn. Mensen zijn dan bereid om ook iets voor elkaar te doen. Daarmee versterk je hun informele netwerk.’

SCHOTTEN MOETEN WEG

Die hele omslag vraagt wel geduld. Hoe ga je vanuit al die algemene en collectieve regelingen een aanbod organiseren met bijbehorend verdienmodel? ‘Die omslag geeft onrust. Begrijpelijk. Daarom kijken we al werkend naar hoe we die schotten weg kunnen krijgen. We moeten hoe dan ook stoppen met mensen lastig te vallen met hoe het aan de achterkant geregeld is.’

TRAINEN IN POSITIEVE GEZONDHEID

De consulenten in de gemeente worden nu getraind om mensen met de bril van Positieve Gezondheid op te begeleiden. In plaats van aan te vinken of er bijvoorbeeld wel of geen rolstoel of thuiszorg moet komen, stellen ze de sleutelvraag: wat heeft u nodig? Ook vragen ze of ze daar met hen in de volle breedte naar mogen kijken. Dat laatste is belangrijk vanwege de privacywetgeving. Er moet een grondslag zijn om vanuit verschillende voorzieningen achter de voordeur informatie te mogen delen. De ene keer zal immers iets vanuit de Wmo vergoed worden, de andere keer vanuit de sociale-verzekeringswet.

OP ZOEK GAAN NAAR WAT PAST

Van der Hoek heeft al tal van voorbeelden gezien van wat die aanpak oplevert. Een indrukwekkende vond ze het relaas van een bewoner die thuis op de bank belandde – maar daar niet hoorde. ‘Hij kampte met burn-out en psychische klachten. Dan krabbelde hij weer op, ging hij weer even aan het werk, en viel dan direct weer uit. Tijdens de gesprekken bleek dat hij zich buiten veel beter voelde dan binnen. Samen zijn we op zoek gegaan naar wat bij hem past. Nu werkt hij als schaapherder, 30 uur in de week. Hij gebruikt bijna geen medicijnen meer. Hij leeft zelfstandig. En dit jaar gaat hij trouwen.’

Waarom het zo lang duurde voor hij op zijn plek was? Van der Hoek: ‘Omdat er consequent níét werd gekeken naar wat hij kon en wat bij hem paste. Het accent lag op: je hebt een ziekte en die gaan we met jou fixen. Maar ja, zo werkt dat niet.’